Wijk bij Duurstede en Doorn - 5 oktober 2019

Met een compleet volgeboekte bus bezochten wij op 5 oktober Wijk bij Duurstede en het iets verderop gelegen Doorn.

Een week eerder was, ter voorbereiding hierop, een lezing gehouden in het Rijksmuseum van Oudheden over Dorestad, de voorloper van Wijk bij Duurstede. Dorestad was in de 7e en 8e eeuw de grootste stad van noordwest Europa, met een bloeiende handel, waarbij zelfs handelaren uit Egypte hier naartoe kwamen.
In de jaren 60 van de afgelopen eeuw zijn er grootscheepse opgravingen geweest, maar na inventarisatie zijn veel spullen helaas vernietigd (voor zover ze niet naar het RMO gingen). Van die vernietiging heeft men nu spijt.

Na de diapresentatie over Dorestad door gids Pieter Tijburg ging men in 4 groepen een stadswandeling maken. Hoewel er, zoals eerder vermeld, van het oude Dorestad niets meer te zien is, is Wijk bij Duurstede toch een alleraardigst vestingstadje.
Het voert te ver om alle interessante plekken te noemen. We kwamen o.a. langs de de kerk. Ietwat chauvinistisch wilde men de toren hiervan hoger maken dan de domtoren van Utrecht (112 meter), maar men is nooit verder gekomen dan 52 meter. Langs de Nederrijn bij de “Dijk” staat een waterpoort, de Leuterpoort, met daarop een graanmolen. Beide zijn als zodanig nog steeds in gebruik. En bij “Langs de Wal” is nog een restant van een bastion, waar ook een molen gestaan heeft. Deze heeft bekendheid gekregen als de “Molen van Ruijsdael”. De molen is helaas gesloopt.
Kasteel van Wijk bij Duurstede, begonnen als woontoren in 1281 van Gijsbrecht van Abcoude, werd in de 15e eeuw door David van Bourgondië en door diens broer Filips sterk uitgebreid. In het rampjaar 1672 werd Wijk bij Duurstede aangevallen vanuit Duitsland. Hoewel het kasteel gespaard bleef, waren er elders veel verwoestingen. Het kasteel werd echter later door de bewoners van Wijk bij Duurstede geruïneerd, om met de stenen de verwoestingen te kunnen herstellen.

In Doorn kreeg de excursie weer een ander karakter. Hoewel het slot in oorsprong uit de Middeleeuwen dateert, stond nu de periode van de 18e eeuw tot het Interbellum centraal met de nadruk op de eerste wereldoorlog.
Hoewel Huis Doorn dateert uit de 14e eeuw is het vooral bekend geworden als verblijfplaats van de Duitse ex-keizer Wilhelm II. Nadat Duitsland de eerste wereldoorlog verloren had moest hij het keizerschap neerleggen. De abdicatie vond in het neutrale Nederland plaats, in Amerongen. Hij vroeg hier tevens asiel aan, wat verleend werd. Vervolgens kocht hij huis Doorn aan, dat hij als zijn woonplaats ging gebruiken en waarheen hij ook zijn bezittingen liet overbrengen in 59 treinwagons vol spullen! Het is dus logisch, dat de Keizer, die hier van 1918 tot aan zijn dood in 1941 gewoond heeft het huis al snel te klein vond.
We werden o.a. rondgeleid langs de eetkamer met het 55-delige Neuosierservies. In die eetkamer moest het personeel achter een kamerscherm staan wachten, tot de keizer klaar was met eten..
De uniformkamer is het oudste deel van het huis. Het dateert uit de 15e of 16e eeuw, toen het nog een kasteel met hoektorens was. Zeer bekend is ook de zadelstoelkamer. Dit was de werkkamer van de keizer. Hij nam zijn beslissingen op de zadelstoel. 

Ook kon de tuin, met daarin het mausoleum en het museumpaviljoen bezichtigd worden. Nadat de keizer in 1941 was overleden werd dit mausoleum gebouwd. Opmerkelijk is, dat het kruis op het dak gemaakt is van omgesmolten pannen uit de keuken.
In het museumpaviljoen was de tentoonstelling “Glans en roest uit WO I”, waarbij een zekere Jean-Paul de Vries met een metaaldetector sinds 1976 zoekt naar achtergebleven materiaal op slagvelden rond Romagne sous Montfaucon (noord Frankrijk, nabij Verdun) en al dit materiaal in een museum aldaar bijeenbracht. Een groter contrast met de luxueuze spullen van de keizer is nauwelijks denkbaar. Kapotgeschoten helmen, een restant van een prothese, restanten van een fiets,  en een karkas van een brancard (of zoiets) drukken je keihard met de neus op de rauwe werkelijkheid van die tijd en geven aan, dat er vele doden gevallen zijn, en dat er gruwelijk moet zijn geleden. Daarnaast was er nog een tweede tentoonstelling “Tusschen twee vuren”. Nederland was in de eerste Wereldoorlog neutraal, maar dat wil niet zeggen, dat WO.I geen gevolgen gehad heeft.

Om half zes vertrok de bus weer naar Leiden. Een leuke en leerzame excursie was ten einde.

(ingekorte) tekst: Jan Hartstra

 Hieronder enkele foto's van de excursie. 

 

wbd

 

wbd2

 

wbd4

 

wbd3