Lezing 30-3-16: Stadsrechten

Gedepubliceerd

750 jaar stadsrechten van Leiden! Of al 803 jaar? 

Lezing door Joost C.M. Cox

na afloop van de Algemene Ledenvergadering 

Woensdag 30 maart 2016, Burgerzaal, Stadhuis Leiden

Stadsrechten waren in de middeleeuwen bijzondere rechten en privileges, die aan een plaats werden toegekend. Bestuur en rechtspraak konden voortaan worden uitgeoefend door de stedelingen zelf; men kreeg veelal ook het keurrecht (zodat men eigen stedelijke regels kon opstellen) en economische privileges zoals (jaar)markten en tolvrijdom toegekend. De eerste nederzetting in ons land met stedelijke rechten was Staveren (1068), de laatste plaats die een klassiek landsheerlijk stadsrecht verwierf was Zevenaar (1487).

In Holland ging het initiatief vaak uit van de graaf,  die om uiteenlopende redenen (van militair-strategische tot financiële) stadsrechtprivileges verleende aan bepaalde plaatsen. Met de groei van de centrale staat verloren de stadsrechten meer en meer hun betekenis. In de 17de en 18de eeuw maakten de stemhebbende steden via hun positie in de Staten van de Zeven Provinciën de dienst uit in de Republiek. 

Na 1795 kregen de gemeenten naar Frans voorbeeld vorm en werden alle oude stedelijke privileges afgeschaft. In de gemeentewet van 1851 verdween het onderscheid tussen steden en dorpen en was er voortaan nog slechts sprake van gemeenten. Toch is iedere oude stad nog steeds trots op haar geschiedenis: vrijwel ieder jaar is er wel eentje die haar zoveeljarige stadsrechten viert.

Ook Leiden heeft stadsrechten. De oudste stadsrechtoorkonde van de stad, die bewaard is gebleven, werd in 1266 door de graaf van Holland uitgevaardigd. Dit is het eerste stadsrecht waarvan we exact weten wat erin staat. Reden voor een feest dus, nu dit document 750 jaar oud is!

Maar zijn we niet veel te laat? In de Leidse Canon wordt gesteld: ‘De oorkonde met zogeheten stadsrechten van graaf Floris V uit 1266 wordt gezien als geboorteakte van de stad Leiden. Feitelijk bevestigde hij rechten die zijn voorgangers al gegeven hadden en voegde er enige aan toe. De eerste rechten dateren waarschijnlijk al van vóór 1200. Bij het aantreden van iedere nieuwe graaf werd over de stadsrechten onderhandeld en werden ze aangepast.’ 

Inmiddels wordt algemeen aangenomen dat de eerste stadsrechten van Leiden omstreeks 1213 moeten zijn verleend, door Willem I, graaf van Holland. Maar misschien is zelfs die datum nog wel naar voren te verleggen. De spreker zal ingaan op de betekenis van het hebben van stadsrechten in het algemeen en de datering en ontwikkelingen van het Leidse stadsrecht in het bijzonder.

Joost C.M. Cox (Eindhoven 1955) is gemeentesecretaris van Den Helder. Hij studeerde bestuurskunde en rechten in Leiden en promoveerde in 2011 in Leiden op het proefschrift ‘'Hebbende privilege van stede’. De verlening van stadsrechtprivileges in Holland en Zeeland (13de - 15de eeuw).’