Lezing 30-4-16: Sociale woningbouw als bedreigd erfgoed

Gedepubliceerd

Dirk van Eck lezing

Zaterdag 30 april, 14.30 uur. Maredijkhuis, Maredijk 100, Leiden 

De afgelopen tijd zijn verschillende vooroorlogse complexen sociale woningbouw tegen de grond gegaan. Er zijn vergelijkbare plannen voor delen van andere buurten, onder andere in de Zeeheldenbuurt en De Kooi. Soms gaat dat geruisloos, vaak gaat dat gepaard met discussie en commotie. Leiden raakt zo belangrijk sociaal- en cultuurhistorisch erfgoed kwijt! Reden voor de werkgroep Dirk van Eck om er dit jaar haar lezing aan te wijden. En een mooie gelegenheid om samen te werken met onze HVOL-zusterwerkgroep Leiden buiten de singels.   

De Woningwet van 1901 stelde voor het eerst eisen aan woning- en stedenbouw en maakte financiering door woningbouwverenigingen mogelijk. Daardoor kwamen er ook voor arbeiders en kleine middenklasse op grote schaal fatsoenlijke huizen beschikbaar. Vóór deze wet waren er alleen particuliere initiatieven geweest. De woningen van Eigen Haard (de eerste Leidse zelforganisatie voor arbeiderswoningbouw) in de Gerrit Doustraat zijn daar een voorbeeld van. 

Vooral na 1917 kwam de sociale woningbouw echt op gang, dankzij woningbouwverenigingen en -stichtingen. Zij bouwden niet alleen goede en betaalbare huizen, maar hadden ook oog voor de architectonische en stedenbouwkundige kwaliteit ervan. Ze werkten met gerenommeerde architecten als Van der Laan (De Goede Woning) en Jesse (Eendracht). Het resultaat van al die inspanningen was een gevarieerd, kleinschalig straatbeeld met waar mogelijk het nodige groen. Tijdens de stadsvernieuwing is aan deze verschillende kwaliteiten afbreuk gedaan. Ook noodzakelijke vernieuwbouw om verzakkingen tegen te gaan heeft zijn sporen nagelaten. Zo is er al veel waardevols verdwenen en bedreigingen doen zich nog steeds voor. 

 Gevelpartij van de Parkstraat aan het Kooipark (foto: Arie de Jong)

In de lezing zullen de sociaalhistorische waarden van de sociale woningbouw aan de orde komen als getuigenis van de emancipatie van de arbeidersklasse. Daarnaast wordt aandacht besteed aan de cultuurhistorische betekenis, van individuele woningen maar meer nog van het geheel van een complex in de betreffende buurt. Behoud en herstel van dit erfgoed blijken vaak moeilijk. De woningbouwverenigingen hebben als eigenaar van deze woningen reële problemen: ze moeten telkens weer de belangen van de volkshuisvesting, de bewonerswensen en de waarde als sociaalcultuur historisch erfgoed afwegen. Maar technische en bedrijfseconomische argumenten alleen mogen niet de doorslag geven. Na alle aandacht voor de binnenstad en het industrieel erfgoed is het nu tijd om de sociale woningbouw als erfgoed centraal te stellen. Na de lezing gaan we met elkaar de discussie aan hoe we dit erfgoed het best kunnen beschermen.