Lezing over Leiden en de Beeldenstorm

Leiden, de Beeldenstorm (1566) en Alva’s Raad van Beroerten

Lezing door Sander Wassing

Woensdag 1 maart 2017 Lokhorstkerk, Pieterskerkstraat 1 

Gedurende de zomer anno 1566 stegen hoogoplopende religieuze, sociale en economische spanningen in de Nederlanden tot het kookpunt. De situatie was niet meer in de hand te houden toen het Spaans-Habsburgse bewind concessies deed en uiteindelijk moest dulden dat andersdenkenden openlijk bijeenkwamen. Vanaf augustus 1566 vonden er hagenpreken plaats nabij Voorschoten, op het terrein van de Abdij van Rijnsburg en op De Voscuyl bij Oegstgeest. De autoriteiten waren niet bij machte hier iets tegen te ondernemen.

Evenmin kon men iets beginnen tegen het fenomeen dat zich vanaf augustus 1566 overal in de Nederlanden voltrok. De Beeldenstorm verspreidde zich na 10 augustus razendsnel door het land. Het spoedberaad van het Leidse stadsbestuur mocht niet meer baten. Op zondag 25 augustus wist de magistraat nog enkele beeldenbrekers uit de Sint-Pieterskerk te verwijderen. De volgende dag was er echter geen houden meer aan: de Onze-Lieve-Vrouwekerk, de Sint-Pancratiuskerk en het kapittelhuis werden gelijktijdig aangevallen. Op het Waardeiland werd het klooster van de minderbroeders bestormd. Geestelijken van het Leidse Margarethaconvent probeerden de beeldenbrekers te paaien met drank en voedsel. Dat dit niet goed uitpakte lezen we terug in een vonnis van de later veroordeelde beeldenstormer Jacob Claesz: ‘…aldaer wel etende ende drinckende, zittende met thienen oft twaelff aen taeffel. Dat voorts hy gevangene aldaer aen stucken gesmackt hadde, een cruycke ende dat omdat hem ’t bier nyet smaeckte ende hy beter gedroncken hadde.’

Een krachtig antwoord van landsheer Filips II bleef niet uit: hij stuurde zijn belangrijkste generaal, de hertog van Alva, met een leger om orde op zaken te stellen. Eenmaal aangekomen in Brussel stelde Alva een speciale rechtbank samen om de beeldenstormers op te sporen en te bestraffen: de Raad van Beroerten. Alva’s ijzeren vuist trof Leiden hard: tientallen inwoners werden door de ‘Bloedraad’ veroordeeld. Wat hadden individuen als Henry van Zyl (herbergier) en Jacob Pietersz (kleermaker) precies op hun geweten? Is de Leidse Beeldenstorm spontaan van de grond gekomen of is er sprake van voorbedachte rade? Hoe ging de Raad van Beroerten te werk? Tijdens de lezing wordt uitgebreid stilgestaan bij deze en andere vragen.