16 mei 2017 - Op 11 mei werd het boek 'De stad en de wethouder, Hoe Cees Waal de binnenstad van Leiden vernieuwde' van Frits van Oosten gepresenteerd. HVOL-leden kunnen het boek met korting bij de vereniging aanschaffen. Het kost dan 16,50 euro. Stuur om te bestellen een mail naar Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Cover Cees WaalFrits van Oosten, De stad en de wethouder. Hoe Cees Waal de binnenstad van Leiden vernieuwde. Leiden: uitgeverij Gingko, 2017. 192 pagina's.

In 1976 gooide de Leidse gemeenteraad het basiswegenplan 1961 definitief in de prullenbak. Het langverwachte besluit vormde het keerpunt in het stadsvernieuwings- en verkeersbeleid van de stad. De plannen om de auto via een Cityring en grote doorbraken dwars door de binnenstad ruim baan te geven werden ingeruild voor nieuwe inzichten waarbij fietsers en voetgangers een prominente plek werden gegund. Het eerste plan van actie voor herstel van binnenstadwijken verscheen en er werd gewerkt aan een structuurplan voor de hele binnenstad om het historische karakter en de woonfunctie te behouden.

Frits van Oosten schreef over die spectaculaire omwenteling het boek ‘De stad en de wethouder’ waarin met name de belangrijke rol die PvdA-wethouder Cees Waal (1943-2011) speelde wordt belicht. Na vier jaar raadslidmaatschap begon hij in 1974 aan een zeer ambitieuze missie. Leiden verkeerde begin jaren zeventig in zeer grote problemen. Bedrijven gingen failliet of vertrokken waardoor duizenden arbeidsplaatsen verloren gingen. Van de 4.500 huizen in de binnenstad was een derde rijp voor de sloop en nog een derde verkeerde in slechte staat. De stad was zo arm als een kerkrat en werd een zogeheten artikel-12 gemeente. Dat betekende financieel onder curatele van het rijk met streng toezicht van de provincie.

Het was Waal die van deze financiële nood een deugd maakte. Hij formeerde een ambtenarenteam, dat in hoog tempo plannen uitwerkte voor behoud, herstel en vernieuwing. Dat die ook gerealiseerd werden was mede te danken aan het kabinet Den Uyl dat in 1973 aantrad. Leiden profiteerde daarvan bovenmatig. De Leidse ‘schatkist’ werd met tientallen miljoenen guldens gespekt. Een ander ‘kassucces’ voor de gemeente was de Interim Saldoregeling, bedoeld voor de vier grote steden. Maar dankzij partijgenoot staatssecretaris Jan Schaefer mocht ook Leiden uit die flink gevulde ruif mee-eten. In de jaren 1975-1980 vloeide er alleen al voor de stadsvernieuwing 120 miljoen euro van het rijk naar Leiden. En die geldstroom duurde ook voort tijdens het kabinet Van Agt (1987-1991).

De keihard werkende jurist Waal zorgde er tegelijkertijd voor dat via het opstellen van structuur-, bestemmings- en verkeerscirculatieplannen het nieuwe beleid ‘in beton werd gegoten’. Om tegenkrachten de wind uit de zeilen te nemen. Dat was zowel binnen als buiten het stadhuis hard nodig. Zo lag onder andere de dienst Gemeentewerken voortdurend dwars. En moest worden afgerekend met de fel protesterende middenstand, verenigd in het Leids City Centrum, de Kamer van Koophandel en de voortdurend op expansie gerichte universiteit.

Dat optreden gebeurde niet zachtzinnig. Waal opereerde vaak uitdagend, eigenzinnig, regentesk en soms ronduit provocerend om zijn doelen te bereiken. Toenmalig hoofd voorlichting Jan Lelieveldt zag Waal dan ook liever niet bij inspraakavonden optreden omdat hij aanwezigen nogal eens tegen zich in het harnas joeg. Zijn dochters zeggen in het boek dat hij ervan genoot om mensen een beetje te stangen. Het vormde de minder glanzende keerzijde van zijn overigens blinkende medaille.

Want toen Waal in 1984 afscheid nam als wethouder kreeg hij uit handen van burgemeester Cees Goekoop de eremedaille van de stad. Voor zijn buitengewone inzet voor de stad. Met name werden daarbij het vernieuwen van walmuren en de aanleg rioleringen genoemd. En de vele bouwplannetjes waarmee gaten, die door sloop in het centrum ontstonden, op te vullen. Maar bovenal de restauratie van vele monumenten zoals het Burchtcomplex, de Boerhaavezalen, de Latijnse school, de Pieterskerk en Hartebrugkerk en honderden woonhuizen en hofjes. In het boek steken onder anderen drie Leidse historici (Hans Blom, Esther Starkenburg en Cor Smit) de loftrompet voor zijn prestaties. De auteur doet er nog een schepje bovenop met kwalificaties als ‘uitmuntend bestuurder’ en ‘sleutelfiguur die naam maakte met het grootste stadsvernieuwingsgebied van het land’.

De carrière van Waal verplaatste zich na zijn vertrek uit Leiden naar het oosten van het land waar hij bijna negen jaar burgemeester van Deventer werd. Veel bereikte hij daar niet. ‘Hij kreeg er van de wethouders een koekje van eigen deeg’, omschrijft burgemeester Henri Lenferink het bij de presentatie van het boek. Als waarnemend burgemeester in Castricum, Sassenheim en Delfzijl kwam Waal beter uit de verf. Ook deed hij nog een mislukte gooi naar het Leidse burgemeesterschap. In de vertrouwenscommissie kreeg Waal geen steun van D66-coryfee Alexander Pechtold en PvdA-wethouder Ron Hillebrand. Vanwege de nogal rancuneuze columns die hij voor het Leidsch Dagblad schreef en de vrees dat hij zich overal mee zou bemoeien.

 

Kijk hier voor alle andere publicaties die via de HVOL met ledenkorting verkrijgbaar zijn.