HVOL-excursie naar Wassenaar met een bezoek aan het bunkercomplex Rijksdorp

Op 20 mei 2017 fietsen ongeveer 30 deelnemers in twee groepen vanuit diverse locaties in Leiden naar het oude centrum van Wassenaar. Rond 10 uur verzamelt men zich bij lunch- en dinercafé Broeders in de Langstraat (in 1900 opgeleverd als Herberg De Gouden Hoorn en sinds een aantal jaren eigendom van tweelingbroers). Robert Smit, voorzitter van de Commissie Excursies, introduceert onze gids, de gemoedelijke Robert van Lit, voorzitter van de Historische Vereniging Oud Wassenaer, die tijdens de koffie iets over het dorp vertelt.
Wassenaar ontstond op een strandwal parallel aan de kust. Hier verrees een burcht van de Heren van Wassenaer (ter hoogte van het Burchtplein) en in de 12e eeuw kwam er op een wat hoger punt een kerk gewijd aan de Engelse aartsbisschop en missionaris Willibrordus, die rond 700 met zijn twaalf metgezellen ter hoogte van Katwijk aan land was gegaan, in dit gebied dorpjes had bezocht en elke heidense ‘heilige eik’ die hij was tegengekomen had laten omhakken. In latere eeuwen worden rond Wassenaar veel buitenplaatsen aangelegd, zomerverblijven voor welgestelde stedelingen die willen ontsnappen aan de stank van de binnensteden. Rond 1800 telde het dorp volgens Van Lit ongeveer 1700 inwoners, nu ongeveer 16.000. “Dat heeft te maken met het gegeven dat na 1912 zijn deze gebieden verkaveld, wat zorgde voor een enorme instroom.”
We verlaten het café en wandelen door de Langstraat (vroeger de Zuidstraat), die zoals alle straten die uitkomen op Het Plein van middeleeuwse oorsprong is. Op nr 23 het nogal eclectische Oude Raadhuis, een ontwerp van Johannes Gerard van Parijs, met het grappige carillontorentje (waarin ooit een brandklok hing), een adelaar boven de deur en een prominent familiewapen van de familie van Wassenaar.

Wassenaar1

Rechts de Oude Grutterij (later slagerij, nu meubelzaak), waar in de 18e eeuw het volksvoedsel boekweit werd vermalen. Op nr 26 resideerde in de eerste helft van de 19e eeuw baljuw, maire en burgemeester Johannes van Bergen, wiens Leidse vrouw Louise een opvoedingshuis leidde en het fröbelonderwijs propageerde.

Het Plein is dus de oudste kern. In het midden staat een pompeuze pomp. De Lit vertelt van intrigerende opgravingen bij de woning van de koster: lijken uit ca 1700 vC., met pijlen in de borst en netjes volgens bepaalde rituelen begraven. Het drassige gebied waar Wassenaar ontstond werd al rond 1800 v. Chr. bewoond, maar de eerste bebouwing aan het dorpsplein dateert van ongeveer 600 A.D. In de Middeleeuwen stonden hier boerderijen en wat houten huizen, pas in de 16e eeuw werden het huizen van steen. We wandelen naar de (gesloten) Dorpskerk, gaan de begraafplaats op. De kerk is in etappes gebouwd. De oorspronkelijke houten kerk werd omstreeks 1100 vervangen door een Romaans bouwsel van tufsteen (Van Lit wijst op een in de kerk ingemetseld tufstenen muurtje) dat in de 15e eeuw werd uitgebreid. Een dramatisch moment deed zich voor op 26 juni 1573: omdat de Spanjaarden oprukten richting Leiden zochten de Leidenaren in de omgeving van hun stad naar stenen om hun stad te versterken, maar ze pasten ook de techniek van de verschroeide aarde toe: de Dorpskerk, de molen en veel omliggende huizen moesten er aan geloven. In 1594 was een deel van de kerk weer hersteld (de rest bleef ruïne). Maar inmiddels ook hervormd! Wie katholiek was gebleven moest zich behelpen met een schuilkerk. In de periode 1938-1940 werd het gebouw weer geheel in de oorspronkelijks staat gerestaureerd.

Wassenaar2

We lopen over de lommerrijke begraafplaats en belanden bij een foeilelijk appartementencomplex. Op deze plek werd in 1895 het classicistische landhuis Huize Nieuw Rijksdorp neergezet, in opdracht van Graaf van Limburg van Stirum. In 1898 kwam de villa middels een legaat in beheer bij de gemeente Wassenaar en in 1934 werd het een particuliere geneeskundige kliniek, nota bene geleid door een NSB’er. In de oorlog werd het een hotel-restaurant, daarna een bejaardenhuis, een pension voor gerepatrieerden uit Nederlands-Indië en in 1960 een ‘rust- en verpleeghuis’. Uiteindelijk werd het voor twee miljoen gulden aan de gemeente verkocht, om te worden gesloopt en plaats te maken voor het appartementencomplex. Een monumentje op de trap bevat nog elementen van de oorspronkelijke villa.
We lopen door de Schoolstraat, waar ons wordt gewezen op de Oude Pastorie. Het gebouw is in feite ontstaan uit een vleugel van een sinds lang verdwenen Middeleeuws complex dat successievelijk eigendom van de adellijke families Van Raephorst, Van Cralingen en Van Assendelft en dat kort voor het Beleg van Leiden door Leidenaren werd verwoest. Uit de puinhopen verrees onder supervisie van de Haagse advocaat Hendrick Meyster een imposant pand, met een grote traptoren en 18 rookkanalen! Diens zoon Gijsbert verkoopt het huis in 1612 aan de kerkmeesters van de Hervormde Gemeente. In de eeuwen daarna is er veel aan het pand veranderd. Het werd aangepast aan de Franse stijl en in 1856 werd er zelfs een hele verdieping opgezet. In 1982 werd het gebouw na een uitvoerige restauratie overgedragen aan nieuwe bewoners.

We lopen langs brasserie ’t Regthuys - zoals de naam aangeeft werd hier ooit recht gesproken - en blijven stilstaan bij het Baljuwhuis (Plein 1). Dit werd in de 18e eeuw op de plaats van een oude herberg opgetrokken, in opdracht van rentmeester (baljuw) Joan van Gybelant. een bakkerszoon uit Den Haag die getrouwd was met de vermogende Ellegonda Linthorst. Het was oorsponkelijk bedoeld als raadhuis, maar werd aldus Van Lit in feite gebruikt als woonhuis. Het kinderloze echtpaar Gybelant vermaakte het aan Gybelants’ heer Johan Hendrik van Wassenaar Obdam. Van Lit wijst ons op het opvallende familiewapen op het dak, met daaromheen een guirlande met daaraan het ridderkruis (volgens van Lit van de voor de protestantse adel opgerichte Nederlandse tak van de Johanniter Orde). Via de Van Wassenaars kwam het huis in bezit van de Stichting Twickel in Overijsel en in 1895 werd het uitgebreid met een aanbouw. Er hoort ook een koetshuis bij, als zodanig nog immer in gebruik. Maar vooral imposant is de langgerekte tuin achter het huis: de in 1730 gebouwde westelijke muur is 67 meter lang! Een gedeelte van de tuin werd in 1954 aangelegd door de bekende tuinarchitecte Mien Ruys. Het ziet er allemaal erg landelijk uit. Er scharrelen prachtige parelhoenders rond. Hier, met uitzicht op de spits van de dorpskerk, heb je echt het gevoel dat de tijd heeft stilgestaan. Dat we deze bijzondere tuin mogen bezichtigen is een buitenkansje!

We fietsen naar het imposante Huize De Paauw. Op deze plek liet Cornelis van der Dussen halverwege de 16e eeuw een buitenhuis bouwen (“Te Pau”), met daarbij 9 ha landgoed, later uitgebreid tot 50 ha. Daarna kreeg het huis verschillende eigenaren en in 1774 kwam het in bezit van Adriaan Pieter Twent van Raaphorst, die ook andere landgoederen in de omgeving beheerde (waaronder de Horsten) en onder koning Lodewijk Napoleon was opgeklommen tot directeur Waterstaat . Twent zorgde voor de aanleg van de straatweg die Wassenaar verbond met Den Haag. Het oude Te Pau vormde hij om tot een ‘modern’ classicistisch landhuis. Van Lit: “Twent gedroeg zich als een echte herenboer, hield koeien en fokte Spaanse schapen. Ook was hij begaan met landschapsontwikkeling, schreef over grondverbetering, veeziekten en duinbeplanting.”

Wassenaar3

Na hem kwam het in bezit van Prins Frederik, tweede zoon van koning Willem I. Deze gaf landschapsarchitect Edward Petzold opdracht om de tuinen van de Paauw te laten harmoniëren met het aangrenzende landgoed De Horsten en er kwam een op de klassieke Oudheid geïnspireerde tuin met beelden, tempeltjes en pergola’s: de Prinsessetuin. In 1881 erfde Frederik’s dochter prinses Marie het complex en in 1924 kwam het gebouw en een deel van de gronden in bezit van de gemeente Wassenaar. Halverwege 1925 werd het in gebruik genomen als raadhuis. In 1950 kocht de gemeente ook de Prinsessetuin, maar de restauratie ervan verloopt traag – de meeste beelden staan volgens Van Lit nog altijd in de kelder, het tempeltje is aan het oog onttrokken door doeken. Ook is men ooit begonnen aan de restauratie van het huis (aan de achterkant zien we een deel beschilderd met oker en verguldsel), maar dat bleek allemaal veel te duur te worden.

Wassenaar4

Dicht bij het huis, in de enorme vijver van het landgoed, staat een opvallend beeld van een badende Hendrikje Stoffels, naar een schilderij van Rembrandt.

Wassenaar5

Op Paauwlaan 6 alweer een fraaie buitenplaats, begin vorige eeuw gebouwd in opdracht van Daniël Ruys, grondlegger van de Rotterdams Lloyd en NedLloyd en gehuwd met een Belgische barones. Hollands-classicisme, met veel rode bakstenen. Een welfbrug met groen uitgeslagen toegangshek geeft toegang tot de omringende tuin, waar de Braziliaanse vlag wappert: Villa Ruys doet tegenwoordig dienst als ambassadeurswoning.

Wassenaar6

Van Lit leidt ons naar de oude moestuin van de familie Ruys. In 1955 werd dit de gemeentelijke kwekerij (in 2010 opgeheven). We lopen dwars door het ketelhuisje dat ooit de kassen warm hield (en sinds 2011 wordt verhuurd aan de Stichting Historisch centrum Wassenaar) en komen weer uit in het park achter De Paauw en nemen afscheid van Van Lit.

Na een voortreffelijk lunch op het terras van Broeders gaat het per fiets richting Rijksdorp, waar gidsen – de mijne wordt een zekere Ruud Ruis.
Het bunkercomplex Rijksdorp, tijdens WOII regimentshoofdkwartier en onderdeel van de 6200 km lange Atlantikwall, ligt goed verborgen middenin de villawijk. Het werd vanaf 1942 in nog geen twee jaar gebouwd, op basis van gestandaardiseerde bunkerontwerpen (Regelbauten): tot in de kleinste details was alles al uitgedacht. De kern wordt gevormd door een commandopost, een munitiebergplaats en een veldhospitaal met muren van minstens twee meter beton. Kleinere bunkers waren opslagplaatsen, enkele voor levensmiddelen en maar liefst elf voor water (Hitler had tijdens WOI dorst geleden!); verder een keuken, een badbunker en twee toiletbunkers. Na de oorlog bleken de bunkers een ideale woonplaats te zijn voor vleermuizen. Eind 1951 ging het complex fungeren als communicatiecentrum van de Luchtmacht en werd een deel van de bunkers opgeknapt en opnieuw ingericht.

Wassenaar7

   Lopend over het totaal overwoekerde terrein Ruis wijst ons zogeheten Tobruk’s: bunkertjes waarop een mitrailleur werd geplaatst – ze werden voor het eerst in gebruik genomen door de Italianen in het Libische Tobruk. De hospitaalbunker had plek voor 32 patiënten, een dokter en twee verpleegsters – het had een eigen aggregaat voor permanente verlichting. De bunker werd na de oorlog speciaal aangepast door prins Bernhard, tussen 1946 en 1976 inspecteur-generaal van de Koninklijke Strijdmacht. De prins kwam zeer regelmatig langs om alles te goed te controleren, meestal gezelschap van een dame.

Wassenaar8

Vooral de commadobunker is intrigerend: hier is nog het restant van de kluis te zien waarin volgens onze gids de NAVO-codes werden bewaard. Gedurende Koude Oorlog hield men contact via telex en gecodeerde telefoonlijnen – hier kwamen duizenden berichten per dag binnen. We betreden ook nog de naargeestige generatorbunker waar op giftige diesel machines stonden te draaien die het hele complex van elektriciteit moesten voorzien. Bij het verlaten van dit gruwelijke oord lopen we langs de oude, door een ketting afgesloten ingang tot het park. Het hekwerk is zo volledig door roest aangetast dat het een bizar soort kunstwerk lijkt.

Wassenaar9

We sluiten de zeer geslaagde excursie af met een glas bij uitspanning De Klip aan het begin van de Wassenaarse Slag.

   Tekst: Jan Hein van Dierendonck
   Foto’s: Joke van Dierendonck