Activiteiten

Toc
 
62
19
29
61
33
66
69
28
09
31
52
60
08
73
42
23
03
11
34
05
35
67
40
36
04
25
14
06
21
44
12
45
20
02
48
64
65
17
32
57
71
27
01
47
72
30
37
39
59
16
38
18
70
41
54
15
68
43
13
46
24
22
55
51
07
50
49
56
10
63
58
26
53
Top

 

 

00 CSS
TableOf Contents
TableOf Contents
00 CSS
Toc
 

 

Toc
 

 

TableOf Contents

 
 

 

br_intro Cornelis Engebrechts:
Schoonzoons van
Willem van der Does

Willem Jan Kerstantsz. Stoop
Jan van Lochorst
Jacob Heerman Gerritsz.
(ca 1519 - 1520)
Over Macht en Overwicht
Stedelijke Elites in Leiden
1420 - 1510
  Hanno Brand  
 
Op deze website zijn de bijlagen bijeengebracht die in 1995 bij het boek "Over macht en overwicht. Stedelijke elites in Leiden 1420-1510" deels als tekst en deels op schijf als Dbase III plus-bestanden zijn verschenen. Het boek en de diskette werden in 1995 door uitgeverij Garant in Leuven op de markt gebracht. Aanvankelijk was het de bedoeling om alle bestanden met hulp van het programma PROLOG aan elkaar te koppelen en als zodanig te publiceren, maar om financiële redenen werd hiervan afgezien. Doordat de bestanden als WP-bestand of als DBASE III plus-bestand werden opgeslagen, was het technisch mogelijk de bijlagen te converteren naar html, zodat de bestanden nu eenvoudiger dan voorheen op het web toegankelijk zijn. De afzonderlijke tabellen zijn op naam aan elkaar gekoppeld, zodat de gebruiker, uitgaande van de index alle in deze bestanden bijeengebrachte gegevens per persoon, instelling of jaar kan raadplegen.

De hier samengebrachte bestanden vormen de ruggengraat van mijn onderzoek naar de Leidse elites in de periode 1420-1510. Het onderzoek sluit direct aan bij dat van Fred van Kan, die op basis van een eveneens prosopografisch onderzoek, de Leidse elites tot 1420 diepgaand bestudeerde. Deze bijlagen werden opgesteld vanuit de opvatting dat diverse groepen in de (stedelijke) samenleving een hoge sociale positie ontlenen aan zeer diverse dominante posities. Binnen een samenleving kunnen dus meerdere elites worden onderscheiden die elkaar, vanwege het feit dat individuen gedurende hun leven meerdere leidinggevende functies en dominante posities uitoefenden, gedeeltelijk overlapten.

Macht, rijkdom en status liggen immers niet noodzakelijk in handen van een enkele dominante groep, hetgeen de onderzoeker ertoe dwingt om alle belangrijke groepen vanuit diverse invalshoeken te bestuderen. Daarbij gaat het niet alleen om de bestuursfuncties, de leidinggevende functies in allerlei stedelijke instellingen, de vermogensposities, economische activiteiten, opleiding en het grond- en leenbezit, maar ook om de reconstructie van netwerken die via partijgebondenheid en huwelijkskeuzes tot blootgelegd konden worden. Al deze invalshoeken van het onderzoek zijn in de bijlagen terug te vinden en bieden zo nader inzicht in de veelheid van functies en aspecten van de Leidse elites in de late middeleeuwen.

De bijlagen zijn sinds de publicatie van het boek in 1995 niet meer gewijzigd of geactualiseerd. Talrijke aanvullingen zijn dus nog mogelijk, temeer omdat enkele bijlagen gebaseerd zijn op gegevens die slechts de belangrijkste Leidse families, en dus niet de gehele stedelijke elite, omvatten. Daarnaast is er sinds 1995 op vele terreinen nieuw onderzoek gedaan dat in deze bijlagen niet verdisconteerd kon worden.

Hanno Brand
Groningen, november 2004
   
     

 

 

 

 

 

 

 Charter Kleermakersgilde Leiden
Gildenarchief 694 D, 21 maart 1578

charter 1578
 

Schout, burgemeesters en Gerecht van Leiden oorkonden dat zij de volgende "Regulen en

Ordonnantien" geven aan het ambacht van de snijders of kleermakers.

Niemand mag het snijdersambacht of kleermaken beginnen, tafel houden of langs de huizen gaan

en op de vloeren werken, tenzij hij of zij poorter is en de proef heeft gedaan, op een boete van 3

pond. Een uitzondering wordt gemaakt voor wie eigen kleding maakt en in brooddienst is en voor

het gehele gezin werkt.

Manspersonen die de proef willen doen zullen aan de homans of het merendeel van hen plaats en

tijd aankondigen. Zij zullen ook de proefmeesters informeren. Vrouwen doen dit aan twee proefsters.

Elke kandidaat zal 2 pond inleggen voor hun recht. Beide geslachten zullen vragen beantwoorden

over de hoeveelheid benodigd laken voor bepaalde kledingstukken, de lengte en de breedte daartoe

en het uittekenen van de stukken. De homans of proefmeesters zullen de proef als goed of kwaad

beoordelen.

Als de proef goed is en het betreft een geboren poorter of een poorter sinds jaar en dag, dan betaalt

deze 30 schelling ingang [entreegeld], maar de kinderen van een poorter zullen vrij zijn. Uitheemsen

of die minder dan een jaar geleden poorter geworden zijn betalen 3 pond. De homans zullen dit

controleren, op een zelfde bedrag aan boete. Een kwade proef mag niet binnen zes maanden

opnieuw worden afgelegd, op een boete van 3 pond.

Alle leden zullen jaarlijks rond 2 augustus een jaarpenning betalen van 2 schellingen, levenslang,

op een boete van 3 pond. Wie bij leven wil uittreden betaalt 16 schellingen eens en zal verder vrij zijn.

Wie nadien weer lid wil worden zal weer zijn jaarpenning betalen. Wie uit de stad vertrekt en jaar

en dag elders woont, zal geheel van het ambacht vervallen en zal bij terugkeer alles opnieuw moeten

doen.

Kinderen van poorters betalen 5 stuivers voor ingang van het ambacht te leren, maar kinderen van

leden zijn vrij. Uitheemse kinderen betalen 10 stuivers. Kinderen die van aalmissen leven zijn ook

vrij. De kinderen mogen niet aan het werk voordat zij betaald hebben en in het ambachtsboek staan

geschreven, op een dubbele boete te verbeuren door de meester of meesteres. Men mag geen

knechten, jongens of meisjes, in dienst nemen of te werk stellen die de meesters niet toekomen,

op een boete van 3 pond. Men mag ook geen knechten of dagarbeiders werk geven die nog werk

hebben van hun eerste meester, tenzij ze met vriendschap gescheiden zijn, op een boete van 10

schellingen ter discretie van de homans en de schade voldoen aan de eerste meester.

Homans en proefsters zullen jaarlijks binnen acht dagen voor 21 februari de namen en toenamen

leveren van vier bekwame mannen en twee dito vrouwen, die het ambacht met de hand beoefenen

en doende zijn. "Wij" zullen dan daaruit een oude homan en drie nieuwe kiezen met nog twee

proefsters, die hun eed zullen afleggen en alle overtredingen binnen een jaar zullen afhandelen als

er boeten op staan, zonder gratie of kwijtschelding. Staan er geen boeten op dan zullen zij de

overtreders overleveren om gestraft te worden. Voorts zullen zij de proeven getrouw aanzien,

opnemen en oprecht beoordelen.

Homans noch proefsters zullen enig uitstel van ingang, jaarpenning of boeten mogen verlenen, op

verbeurte van het tweevoudige. Zij zullen een behoorlijk ambachtsregister bijhouden van alle

ontvangsten en uitgaven met goede verklaringen van personen, dagen en zaken. Wie twee jaar

het ambacht als homan of proefster gediend heeft, mag daarna gedurende twee jaar niet meer

gekozen worden. Oude homans en proefsters zullen jaarlijks binnen veertien dagen na het aftreden

voor de nieuwe homans en proefsters met twee leden van het Gerecht rekening en bewijs doen en

het overschot overleveren.

Wie vrouwenfalien, huiken, hosen [kousen], mouwen en colieren [halskragen of -doeken] zelf maakt

om te verkopen of anderszins zal lid moeten zijn en ingang en jaargeld betalen, maar geen proef

hoeven doen. Burgers die alleen vrouwen kleingoed verkopen en zelf niet maken zullen voor ingang

2 schellingen betalen en een gelijk jaargeld en voorts vrij zijn. Zij behoeven ook niet langer te

betalen als zij de handel verlaten. Een uitzondering geldt voor de vrije markten en weekmarkten.

Alle leden mogen in aanwezigheid van twee burgers bekeuren. Homans en proefsters mogen dat

eventueel ook alleen doen.

Leden mogen geen algemene vergadering houden voor maaltijden en andere zaken dan met

voorgaande toestemming [van de oorkonders].

Alle boeten komen aan de schout, de stad en het ambacht, elk voor een derde deel. Ongeïnde

boeten zullen door "ons" worden begroot en bestraft.

Niemand mag homans of proefsters van het ambacht in woord of daad iets misdoen, op arbitrale straf.

Al het voorgaande zal gelden tot kennelijk wederzeggen.

 

Ondertekend door de secretaris Jan van Hout.
Het aanhangend dagelijks stadszegel ontbreekt.

 

 

Transcriptie

Hans Endhoven

Publicatie

Kleermakersgilde Leiden 1436 - 1578