Zonnepanelen in het beschermd stadsgezicht

De wens c.q. noodzaak van meer duurzame energie wordt o.a. vertaald in het installeren van zonnepanelen en zonnecollectoren op of bij woonhuizen. In een beschermd stadsgezicht levert dit een spanningsveld op: deze vorm van schone energie verhoogt in het algemeen niet de schoonheid van het beschermd stadsgezicht. In 2012 heeft de HVOL enige malen informeel overleg gevoerd met de gemeente over de meest geëigende regelgeving. Die regelgeving is inmiddels tot stand gekomen en ingevoegd in de Welstandsnota. Hoofdregel in het beschermd stadsgezicht is dat zonnepanelen en –collectoren niet zichtbaar mogen zijn vanaf de openbare weg.

In 2019 uitte het college van B&W de wens te komen tot een verruiming van de mogelijkheden zonnepanelen in het beschermd stadsgezicht te plaatsen. Vanuit de HVOL is daarover informeel overleg gevoerd om ambtelijk niveau. Het college heeft begin 2020 voorstellen gedaan met verruimde criteria, waarbij het in delen van het beschermd stadsgezicht ook mogelijk zou moeten worden zonnepanelen te plaatsen die wel vanaf de openbare weg zichtbaar zijn. Aangezien verruiming van de criteria slechts een betrekkleijk geringe schone-energie-winst zou opleveren vergeleken met de zeer grote nog ongebruikte ruimte op daken waarop zonnepanelen niet zichtbaar zijn vanaf de openbare weg, heeft het bestuur van de HVOL gesteld er de voorkeur aan te geven eerst van die ruimte gebruik te maken voordat tot een verruiming van de criteria wordt overgegaan om aantasting van het beschermd stadsgezicht te voorkomen. Het is te verwachten dat de snelle technologische ontwikkelingen op het gebied van zonne-energie het over een aantal jaren minder bezwaarlijk zullen maken meer zonne-energie in het beschermd stadsgezicht toe te passen dan onder de bestaande regeling mogelijk is. Het bestuur heeft dit  standpunt in maart 2020 in  een schriftelijke inspraakreactie aan het college kenbaar gemaakt. 

 

Bijgewerkt tot 19 maart 2020