Agenda

Download als een iCal bestand
P.J. Bloklezing 'Herman Boerhaave'
Donderdag 02 November 2017, 20:00

Herman BoerhaaveOp donderdag 2 november a.s. vindt de jaarlijkse P.J. Bloklezing plaats. Deze lezing is een samenwerking van de Universiteit Leiden, het Leidsch Dagblad en de Historische Vereniging Oud Leiden (HVOL). Het onderwerp van de lezing is deze keer ‘Herman Boerhaave’. Dit onderwerp past goed in het thema ‘Leidse identiteiten’ dat de HVOL dit jaar hanteert voor ‘het weekend van de Leidse geschiedenis’. Behalve de P.J. Bloklezing omvat dit ietwat naar voren uitgebreide weekend ook een minisymposium in de Burgerzaal van het stadhuis op vrijdagmiddag 3 november en de viering van de 115de dies van de vereniging op zaterdag 4 november in de Hooglandse kerk.

De bijeenkomst ter gelegenheid van de P.J. Bloklezing omvat drie onderdelen:

- Een korte inleiding, door prof.dr. Dirk van Delft, directeur van het Museum Boerhaave, over de ontsluiting en digitalisering van de Boerhaave-archieven in St.Petersburg.

- De P.J. Bloklezing zelf, over de faam van Boerhaave. Deze wordt gegeven door prof.dr. Harm Beukers.

- Een kleine pop-uptentoonstelling met voorwerpen en documenten die betrekking hebben op Boerhaave, verzorgd door de Universiteitsbibliotheek en het Museum Boerhaave.

U bent vanaf 19.30 uur van harte welkom in het Academiegebouw. Er is dan koffie of thee en u kunt de tentoonstelling bezoeken. Om 20.00 uur zal prof.dr. Caesar Sterk de sprekers, achtereenvolgens Dirk van Delft en Harm Beukers bij u inleiden.

 

Boerhaave in Sint-Petersburg, door prof.dr. Dirk van Delft

Leiden en Sint-Petersburg gaan de komende jaren samenwerken om tot ontsluiting en digitalisering te komen van het Boerhaave-archief dat in de oude tsarenhoofdstad wordt bewaard. Daartoe hebben op 5 december 2016 vier partijen in Sint-Petersburg een ‘Memorandum of Understanding’ getekend. Aan Leidse zijde gaat het om Museum Boerhaave en het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC). Sint-Petersburg doet mee met het Medisch Militaire Museum en de Anatoly Sobchak Foundation. Een tentoonstelling - in 2018 in Leiden, het jaar erop in Sint-Peterburg - maakt deel uit van het project. Daartoe werkt Museum Boerhaave ook samen met de Hermitage in Sint-Petersburg.

Hermitage Sint Petersburg foto A Savin

Al meer dan een eeuw liggen brieven, collegedictaten en ander waardevol materiaal van Herman Boerhaave (1668-1738) weggeborgen in de Medisch Militaire Academie in Sint-Petersburg. De Leidse hoogleraar gaf de geneeskunde van zijn tijd een nieuw (natuurwetenschappelijk) fundament en om zijn praktijkadviezen werd ‘het orakel’ door de hoogste Europese kringen geconsulteerd. Na Boerhaaves dood kwamen zijn papieren in handen van twee neven, die de nalatenschap van hun beroemde oom gebruikten om een medische aanstelling te verkrijgen aan het hof in Sint-Petersburg. Ontsluiting van deze papieren schat is een langgekoesterde wens. Microfilms, gemaakt tijdens de Koude Oorlog, zijn incompleet en vertonen lacunes.

Prof.dr. Dirk van Delft is sinds 2006 directeur van het Museum Boerhaave en vanaf 2005 in Leiden hoogleraar materieel erfgoed van de natuurwetenschappen. Hij is fysicus en was hoofdredacteur van de wetenschapsbijlage van NRC-Handelsblad. Hij promoveerde in 2005 op een biografie van Heike Kamerlingh Onnes.

 

De faam van Herman Boerhaave, door prof.dr. Harm Beukers

Dat Herman Boerhaave (1669-1738) in de geschiedenis van de geneeskunde een man van gewicht is, zal niemand ontkennen. Niet iedereen zal dat meer doen in heroïsche termen, zoals dat zelfs tot in de jaren zestig van de vorige eeuw nog gebeurde. De Franse medicus-historicus Daremberg probeerde al in 1870, in zijn fameuze Histoire des sciences médicales een nuchterder beeld van Boerhaave te schetsen. Nu is dat niet eenvoudig. Rond het leven en het werk van Herman Boerhaave hangt een sfeer van ‘Dichtung und Wahrheit’. Boerhaave voerde een strikte regie over zijn nalatenschap. De lijkrede werd niet zoals gebruikelijk gehouden door een naaste collega, maar op uitdrukkelijk verzoek van de overledene door zijn vriend, de Arabist Albert Schultens. Deze kon daartoe gebruik van de biografische aantekeningen die Boerhaave zelf gemaakt had. Alle latere biografieën hebben hun gegevens in hoofdzaak ontleend aan deze redevoering.

Methodus discendi medicinam

Had de door de faculteit voorgestelde Oosterdijk Schacht de lijkrede gehouden, dan hadden we misschien een contemporaine beschouwing over Boerhaaves medische opvattingen gekregen. Nu moeten we het doen met door Boerhaave zelf geautoriseerde uitgaven van de Institutiones medicae en de Aphorismi de cognoscendis et curandis morbis. Beide zijn na de tweede editie (resp. 1713 en 1715) vrijwel onveranderd herdrukt.

Ook over zijn wetenschappelijke nalatenschap voerde Boerhaave een strikte regie. Zijn manuscripten werden niet nagelaten aan de universiteit of ter veiling gebracht, maar geërfd door zijn neven Herman en Abraham Kaau met de uitdrukkelijke bedoeling dat de laatste het wetenschappelijke werk van zijn oom zou voltooien. Van Swieten en Haller moesten dus de uitgaven van hun leermeesters werk baseren op eigen dictaten. Pas als de handschriften uit de Kirow-Akademie in Petersburg volledig geraadpleegd kunnen worden, zullen we ons een beter beeld kunnen vormen van de ontwikkeling van Boerhaaves ideeën tijdens zijn academische loopbaan.

Eén ding staat boven alle twijfel: Boerhaave was een begaafd didacticus. Zijn bijzondere manier van doceren werd door veel studenten geroemd. Ook heeft hij als een van de eersten in twee van zijn oraties de opbouw uiteengezet van een medische studie gebaseerd op de natuurwetenschappen. Bovendien verzorgde hij voor studenten de uitgave van een ‘Methode om Geneeskunde te studeren’, de Methodus discendi medicinam (1727), een handleiding over welke auteurs een student moest lezen om vergissingen te voorkomen en om zo snel mogelijk een volwaardig dokter te worden.

Prof.dr. Harm Beukers was van 1988 tot 2008 hoogleraar Geschiedenis van de Geneeskunde en van 2007 tot 2016 Scaligerhoogleraar Bijzondere Collecties UB Leiden. Thans is hij verbonden aan de universiteit van Nagasaki (Japan).

Locatie Klein Auditorium, Academiegebouw, Rapenburg 73